 |
Voor Zündapp werden een zelfdragende carrosserie en een watergekoelde vijfcilinder-ster-motor met staande kleppen en een gekombineerde dynamo-startmotor aan het einde van de krukas ontworpen. De NSU moest op verzoek van de opdrachtgever een iets grotere auto dan de Zundapp worden. Bovendien moesten verschillende carrosserie-vormen aangeboden worden. Daarom werd bij dit projekt weer een chassis toegepast. Motor en aandrijving van het NSU-prototype hadden al veel met het latere Volkswagen~ontwerp gemeen. De motor, een luchtgekoelde 4-cilinder-boxer met een cilinderinhoud van 1,5 liter moest achterin liggen, de versnellingsbak voor de achteras. Beide prototypen waren rijp voor serieproduktie. Maar noch Zündapp noch NSU gingen met het Volkswagen-projekt verder, omdat ze op hun eigenlijke domein als motorfietsenfabrikant meer succes verwachtten. Derhalve ontwierp Ferdinand Porsche volgens zijn eigen voorstellingen en op eigen risiko de Volkswagen, zoals deze thans nog in nauwelijks gewijzigde vorm over onze straten rolt. Daarbij profiteerde hij natuurlijk van de met de prototypen opgedane ervaringen.
De VW-as werd zo gekonstrueerd, dat beide hefbomen met de torsieveren verbonden waren en de hefboomlagers daardoor praktisch niet aan slijtage onderhevig waren. Bij de motor werden de oorspronkelijk voor NSU bedoelde tuimelaars aan de nokkenas (zoals bij de Auto-Union-racewagens) door klepstoters vervangen. Bovendien werd de Volkswagen van een verwarmingssys- teem voorzien, dat destijds beslist nog niet vanzelfsprekend als standaard uitvoering geleverd werd.
Met de proefserie VW 30 lukte het Ferdinand Porsche tenslotte een potentiële geldschieter van zijn konstruktie te overtuigen: de staat. Ferdinand Porsche werd met de leiding van de "Maatschappij ter voorbereiding van de Volkswagen" belast.
|
 |